| Status | Actief |
| Lancering | 2004 |
| Ruimtevaartorganisatie | NASA |
| Type (OMI) | Zichtbaar / UV (270 – 500 nm) |
| Orbit | Geocentrisch (705 km hoogte) |
| SRON-bijdrage aan | OMI |
EOS-Aura werd gelanceerd in een tijd waarin er grote zorgen waren over het gat in de ozonlaag en de toenemende luchtvervuiling. Dankzij de lange levensduur van EOS-Aura hebben wetenschappers een langdurige datareeks opgebouwd. Hiermee konden ze vaststellen of internationale verdragen zoals het Montreal Protocol effect hadden op de afname van chloorfluorkoolstofverbindingen (CFK’s) en het herstel van de ozonlaag.
De EOS-Aura satelliet draagt vier instrumenten die gezamenlijk de atmosfeer scannen. SRON droeg bij aan het Ozone Monitoring Instrument (OMI), dat spectra opmeet in UV- en zichtbaar licht. OMI is een samenwerking tussen de Verenigde Staten, Nederland en Finland, waarbij de wetenschappelijke leiding bij het KNMI ligt.
In tegenstelling tot zijn voorgangers die met een scanner het blikveld heen en weer bewogen, gebruikt OMI een CCD-detector. Die veegt met zijn blikveld als een bezem — “push-broom” — een breed pad over aarde, met een spanwijdte van 2600 km. Zo brengt het de hele planeet dagelijks in kaart met een – tot aan 2017 ongekend hoge — ruimtelijke resolutie met pixels van 13 x 24 km.
Bij het vooraf testen van het OMI-instrument leverde SRON de Electrical Ground Support Equipment waarmee OMI aangestuurd en uitgelezen werd. SRON-engineers assisteerden bij de assemblage van het instrument, de integratie op de satelliet en de kalibratie.
De technologie en kennis die is opgedaan met OMI vormde de directe basis voor zijn opvolger: het Nederlandse TROPOMI-instrument op de Sentinel-5p satelliet en het Sentinel-5 instrument op Metop-SG.

