ISO Print

Infraroodmissie die een schat aan nieuwe gegevens opleverde


Het succes van de Nederlands-Brits-Amerikaanse Infrarood Astronomische Satelliet (IRAS), inspireerde ESA om ISO (Infrared Space Observatory) te bouwen, het ruimteobservatorium voor infrarode straling. ISO had vier instrumenten aan boord, speciaal ontworpen om te kunnen waarnemen met een grote gevoeligheid, een goede resolutie, een hoge spectrale resolutie en een breed waarnemingsspectrum. ISO werd in november 1995 gelanceerd en de satelliet produceerde tot april 1998 een continue stroom gegevens. De satelliet werd uitgeschakeld toen het helium op was, de koelvloeistof voor de sensoren.

Een consortium onder leiding van SRON ontwikkelde de spectrometer voor korte golflengten (SWS). SRON ontwikkelde zelf twee tralie-spectrometers en de daarbij behorende elektronica. Het Max Planck Instituut MPE droeg bij aan het instrument met een Fabry-Perot-interferometer. MPE leverde ook de infraroodsensoren.

De satelliet heeft enkele duizenden observaties gedaan, die hebben geleid tot diverse wetenschappelijk doorbraken en nieuwe ontdekkingen. De SWS speelde daarbij een belangrijke rol. Ongeveer de helft van alle wetenschappelijke publicaties over ISO-data had betrekking op de metingen van de SWS. De spectrometers werkten in het golflengtegebied van 2,5 tot 45 micrometer. Relatief koele objecten, tussen de 80 en 1500 Kelvin, zijn in dit golflengtegebied het meest zichtbaar. Ook is er veel informatie beschikbaar over de chemische toestanden van materie. Bovendien is het op deze golflengten mogelijk om dwars door interstellair stof heen te kijken.

Vooral de tot dan toe nog vrijwel niet geexploreerde infrarood-regio van 20 tot 45 micrometer leverde veel nieuwe ontdekkingen op. Zo ontdekte de SWS silicaatkristalletjes in de uitgebreide dampkring van diverse objecten. In jonge sterren ontdekten de spectrometers water, methaan, koolmonoxide en kooldioxide. Ook in de buitenplaneten van het zonnestelsel werden deze stoffen aangetroffen. Een andere opvallende waarneming was die van de zuivere rotatielijnen van moleculair waterstof.

Door de emissiespectra van zeer heldere sterrenstelsels te onderzoeken, kon worden achterhaald welk natuurkundig proces voor de straling verantwoordelijk is. Dat geldt ook voor emissielijnen in nevels in ons eigen melkwegstelsel.